Laatst was ik op een verjaarspartijtje op een woonark. Heerlijk in het voorjaarszonnetje, op het dek van de ark, uitkijkend over rivier en weilanden. Het gesprek kwam op kant-en-klaar voedsel. Beurtelings proestten we het uit, omdat deze en gene de – in onze ogen – gekste dingen kant-en-klaar kocht. En wat de een altijd zelf klaarmaakte, bleek de ander weer steevast in een pakje of doosje aan te schaffen. Croutons, bijvoorbeeld. ‘Nog nooit bij stilgestaan dat je dat zelf kon maken’, zei de één. ‘Even insmeren met knoflook en hup, de oven in!’ vond de ander. Maar zijzelf kocht weer kant-en-klare aardappelen om te poffen: ‘Met doosje en al in de magnetron. Het sausje zit er ook bij. Nee, inprikken hoeft ook niet.’
Nou moe. Wat is er moeilijk aan aardappelen poffen? Zeker met een combi-magnetron is dat een fluitje van een cent. Het enige, eigenlijk, wat je hoeft te doen voordat je de machine aan het werk zet, is… de aardappelen inprikken!
Met een dieet ben je gewend om de meeste dingen zelf te maken. Maar dat kan ook echt heel snel hoor, zij het af en toe met behulp van diepvries en pot of blik.
Neem bijvoorbeeld het witte bonen en spinaziegerecht, dat ik – zoals ik vaker doe – heb ‘geleend’ van Heidi Swanson en haar 101cookbooks.com. Zij maakt het met grote Corona bonen, die ze eerst in de week zet en zelf kookt, en ze gebruikt snijbiet, in Nederland niet altijd gemakkelijk te krijgen. Ik vervang die snijbiet door spinazie (wilde lijkt mij het lekkerst; maar die was er al niet meer toen ik met dit recept begon te experimenteren), vers en ook uit de diepvries. Wat de peulvruchten betreft, eerst heb ik van die grote, witte bonen in huis gehaald – maar vergat steeds tijdig de dingen in de week te zetten. Ten slotte heb ik het recept gemaakt met kikkererwten, kapucijners (beide uit blik) en verse doperwtjes (ik beken dat mijn groenteboer die al had gedopt). Alle variaties zijn lekker en dit is het seizoen van de verse peulvruchten, profiteer ervan! Verse spinazie heeft wat meer smaak en vooral wat meer structuur dan diepvries (naturel, uiteraard), maar met die laatste is het gerecht toch ook niet te versmaden – zelfs de derde keer smaakte het me nog prima!