Pagina's

maandag 13 februari 2012

Pittige peertjes

Vanavond was ik heel blij met mijn impulsaankopen van een paar dagen terug - die ik inmiddels totaal vergeten was. In het voorraadmandje op het balkon lagen, heel trouwhartig, spruitjes en stoofperen te wachten. Een fijne combinatie! Niet ideaal voor een diabetespatiënt maar ach, ik had net hard gelopen en kon wel wat koolhydraten gebruiken...
Na het hoofdgerecht had ik nog steeds zin in stoofpeer, zo lekker vond ik de combinatie van zoet met rode en zwarte peper. Peren kunnen wel eens iets flauws hebben, maar deze hadden juist pit! Heb daarom als toetje nog maar een halfje genomen, ditkeer met fromage blanc vanwege de eiwitten (vertelde ik mezelf). Ik heb genoten van mijn maaltijd, maar moet het wel bekopen met een érg volle buik...
Ach, er zijn ernstiger problemen.

U hebt nodig:

Vier stoofperen, geschild, van hun klokhuis ontdaan en  gehalveerd
Vier kruidnagels
Een flinke hand gele rozijnen
1 kaneelstok (of 1 theelepel - 5 ml - gemalen kaneel)
1/2 theelepel (2,5 ml) zwarte peperkorrels
1/4 theelepel (1,125 ml) chilivlokken
1/4 theelepel (1,125 ml) anijskorrels, of een ster steranijs (facultatief)
1 theelepel (5 ml) oerzoet/rietsuiker en/of zoetstof (ik gebruik een mengsel van half oerzoet, half nevella)
Agavesiroop (of een andere siroop; schenkstroop kan ook heel goed, maple syrup natuurlijk ook).

Een appelboor is heel geschikt om de peren van hun klokhuis te ontdoen. Ik deed het voordat ze geschild en gehalveerd waren. Dat is even wat kracht zetten (zo'n rauwe stoofpeer is behoorlijk stug) maar je kunt ze natuurlijk ook eerst halveren. Dat is waarschijnlijk zelfs makkelijker.
Doe wat water (een kwart tot een halve liter, afhankelijk van hoeveel vocht je rond je peren wilt) in een pan, voeg de rozijnen, de kaneel, de anijs, de suiker/zoetstof en de rode en zwarte peper al toe terwijl je de peren schilt. Dan krijgt het water alvast wat smaak.
Prik een kruidnagel in iedere geschilde peer (dus in 1 op de 2 helften), doe ze in de pan en breng het geheel voorzichtig aan de kook. Laat de peren op laag vuur gaar worden, zo'n twintig minuten tot een half uur. Prik af en toe in de peren om te zien hoe gaar ze zijn. Ze moeten nog wel wat 'bite' hebben, anders is het meteen moes. Bereid intussen de rest van de maaltijd voor.
Voeg aan het eind een scheut siroop toe. Proef de saus en maak die op smaak, zonodig door nog wat meer siroop toe te voegen. De combinatie van (niet te veel) peper en zoet maakt dit gerecht heel spannend - en veelzijdig!
Veel werk? Een kwartiertje schillen - en terwijl de peren garen, kun je iets anders gaan doen...




donderdag 22 september 2011

Fous-y tout salade met venkel, wortel, selderij, tomaat en tonijn

Er zijn van die dagen die zo rommelig verlopen dat je naderhand niet kunt navertellen wat je hebt gedaan - terwijl je, op de een of andere manier, toch de hele dag bezig bent geweest. Maar niets verloopt zoals je gepland had, er dienen zich voortdurend kleine klusjes aan die 'echt', 'nu' moeten - en de grote blijven liggen. So be it.
Op zo'n dag moet je niet ook nog hoeven nadenken over de maaltijd. Grijpen wat voorhanden ligt, combineren wat er te combineren valt - en klaar.

Toen ik au pair was in Bretagne (ik zal niet zeggen hoe lang geleden...), maakte mijn 'Madame Françoise' graag een salade die ze 'fous-y tout' noemde. Dat klinkt als foezietoe en als zeventienjarige kersvers uit Nederland moet je op zo'n moment wel even nadenken. Het betekent zoveel als 'smijt alles er maar in'. Alles wat je voorhanden hebt, alles wat maar enigszins bij elkaar past. Het resultaat kan verrassend zijn. Het werkt voor salades, en ook voor soepen.

Vanavond heb ik dus weer eens een fous-y tout salade gemaakt. Ik had een rest quinoa (met rozijnen, pompoenpitten en pittige kruiden) staan, nog wat gekookte krieltjes (geen bio, dit keer, die kun je zo lekker met schil en al eten) en verder venkel, bleekselderij en wortel. En nog wat romeinse sla. En van die heerlijke coeur-de-boeuf tomaten, die ik een paar dagen geleden, groen nog, bij Marqt had gekocht en intussen een prachtige rode kleur hadden verworven. Oja, en een blikje Albucore tonijn (verantwoord gevangen...) waardoor (rode kater) Hannibal meteen in een luid jammeren - miauwen kon je het niet meer noemen - uitbarstte. Nog wat kappertjes uit de koelkast, een halve citroen en een heel klein beetje walnootolie voor de vinaigrette en de aardappeltjes. En een restje dille.

Het resultaat was bijzonder smakelijk. En zo eindigde een onbevredigende dag toch nog goed.
De kappertjes en de tonijn uit blik maken dit ongeschikt voor wie natriumarm moet eten; laat bij een natriumarm dieet de kappertjes weg  en vervang de bliktonijn door verse, gegrilde tonijn.
De quinoa kun je vervangen door rijst, gierst, couscous, bulgur, of welke graansoort dan ook. Maar dan is het misschien niet glutenvrij meer (check op livaad.nl).

Voor 2 porties
1/2 venkel
1/2 tot 1 stengel bleekselderij
2 (bos) worteltjes
3-4 blaadjes (romeinse) sla
1/2 blikje (Albucore) tonijn, uitgelekt
5-6 eetlepels gekookte quinoa
1 theelepel (teaspoon, 5 ml) kappertjes
2 eetlepels (walnoot)olie
1/1 citroen, uitgeperst
1 eetlepel dille, fijngeknipt
facultatief: 1 mespuntje (natriumarm) (zee)zout
peper uit de molen

Schaaf of snijd de venkel, selderij en wortel in flinterdunne plakjes en meng ze dooreen. Leg daarop de tonijn en de kappertjes. Ontdoe de tomaten van schil en pitjes (even in heet water leggen, dan is de schil er zo af; pitjes kun je er zo uitknijpen) en snijd het vruchtvlees in blokjes. Leg die op het mengsel. Was en droog de sla, houd nog even apart.
Warm de quinoa iets op, dan wordt ze iets ruller.
Maak een vinaigrette door 1/2 uitgeperste citroen en 1 eetlepel (walnoot) olie dooreen te kloppen, eventueel met een mespuntje zout. Giet dit over het rauwkostmengsel. Voeg peper toe naar smaak. Strooi er dille overheen en hussel dooreen.
Leg de in stukken gescheurde sla op de borden, schep in het midden een paar eetlepels quinoa op. leg daarop het slamengsel. Garneer met de intussen (bijna droog) gebakken of in de oven geroosterde aardappeltjes (1 eetlepel olie is ruim voldoende: kwast de piepertjes ermee in, zet ze met een takje rozemarijn een klein halfuurtje in de oven (zo'n 200 graden), of in een koekenpan of wok op laag vuur, onder voortdurend omdraaien). De oven is verreweg het makkelijkst als u intussen de salade in elkaar wilt kunnen 'smijten'. Dep ze tenslotte droog met keukenpapier.

Coeur-de-boeuf tomaten



maandag 19 september 2011

Courgettesalade


Weinig gerechten zijn zo simpel als de courgettesalade en kunnen zo gemakkelijk bij tal van gerechten gegeten worden. Lekker fris, calorie-arm (maar rijk aan diverse vitaminen en mineralen) en versatile, zoals de Britten zeggen, veelzijdig dus.

1 middelgrote of 2 kleine courgette(s)
1/2 citroen of limoen
Peper uit de molen
1/2 glas fijngeknipte peterselie (desgewenst gemengd met basilicum, oregano, dille, munt en/of dragon)
1/2  theelepel sumac (Turkse of Marokkaanse winkel)
Facultatief: olijfolie

Boen de courgette(s) schoon, snijd ze in niet te dunne plakjes die u – als ze heel groot zijn – halveert of vierendeelt.
Kook de groente in de magnetron met een heel klein bodempje water (3-4 minuten) of op het fornuis (10-12 minuten op de stoom). Courgettes koken gauw tot pap, houd ze dus goed in de gaten. Laat de courgettes, als ze gaar zijn, uitlekken. Doe ze in een slakom, meng met de uitgeperste citroen of limoen, de kruiden, de sumac, geef een paar draaien aan de pepermolen en voeg (eventueel op het bord) wat olijfolie toe. Deze salade kan koud of warm gegeten worden, maar is het lekkerste lauwwarm of op kamertemperatuur.

donderdag 15 september 2011

Adukibonen-stoofpot



Soms is iets zo ontzettend lekker, dat je ’t gewoon moet delen. Ook al zit er verder geen bijzonder verhaal omheen, geen reis, geen gebeurtenis, alleen maar een gerecht.
Deze ‘adukibonen-stoofpot’ is geïnspireerd op de ‘adzukibeans stew’ van Ruth Tal Brown en Jennifer Houston in hun mooie boek ‘Fresh at Home’. Maar het is wel iets anders geworden, al was het maar omdat ik bepaalde groenten, kruiden en specerijen in huis had en andere niet. Ik heb het gerecht deze keer wel met een beetje zout gemaakt, maar je kunt dat gemakkelijk weglaten, is mijn ervaring. Het is lekker met (volkoren) rijst, maar zeker ook met aardappelen, pasta, quinoa, couscous of wat dan ook. En je kunt het natuurlijk ook met andere bonen maken – en met andere groenten. Ik heb er cantarellen ingedaan, omdat dit het seizoen ervoor is, maar je kunt ook andere paddenstoelen nemen, of ze weglaten.
Wel, ik heb van dit gerecht genoten - en ik hoop dat u er ook van zult genieten.

Voor 3 à 4 personen:
2 eetlepels olijfolie:
1 ui, gehalveerd en in dunne (halve) ringen geschaafd of gesneden;
4 tenen knoflook, geperst;
2-3 cm verse gemberwortel, geraspt;
100 g cantarellen, in kleine stukjes;
1 ½ stengel bleekselderij, in dunne plakjes geschaafd of gesneden;
4 wortels (bospeen), in dunne plakjes geschaafd of gesneden;
½ venkelknol, in dunne plakjes geschaafd of gesneden;
4 flinke koppen gekookte adukibonen (uit blik, of zelf geweekt en gekookt; neem in dit laatste geval 1 flinke kop, zo’n 200 ml, gedroogde bonen; het volume verdubbelt na een nacht weken en nog eens na het koken*);
¼ liter water of groentenbouillon (of het kookwater van de bonen);
1 blikje tomatenpuree;
250 g kerstomaatjes of mini-romaatjes;
bouquet garni (thijm, laurier, peterselie en desgewenst rozemarijn en salie);
1 theelepel (5 ml) cayennepeper of chilipoeder (facultatief; gebruik paprika als u niet tegen cayennepeper kunt, of neem er minder van als u niet van pittig houdt);
½ theelepel (2,5 ml) gemalen kaneel;
½ theelepel (2,5 ml) gemalen fenegriek;
1 theelepel couscouskruiden;
1 flinke theelepel (5 ml) tamarindepasta (eventueel te vervangen door rasp en sap van ½ citroen);
½ theelepel (2,5 ml) (selderij)zout (grof zeezout gemengd met hetzelfde volume gedroogd selderijblad); dit is facultatief, u kunt het vervangen door gewoon (zee)zout, of helemaal weglaten:
1 theelepel (5 ml) tamari of shoyu of sojasaus (facultatief).

Verhit de olijfolie in een grote wok met anti-aanbaklaag. Doe de uiringen erin, roerbak ze een minuut of twee op hoog vuur, tot de uien beginnen te carameliseren. Draai het vuur laag, voeg knoflook en gember toe. Laat op laag vuur sudderen, onder af en toe omroeren, terwijl u de andere groenten schoonmaakt. Voeg de cantarellen toe en het bouquet garni, roerbak weer even op hoog vuur, dan weer laag. Doe hetzelfde voor de andere groenten. Voeg de andere kruiden toe, de tamarindepasta (of de citroen) en desgewenst het zout en de tamari. Roerbak nog een paar minuten op hoog vuur, draai het vuur dan weer laag. Voeg de bonen toe, met het kookwater als u ze zelf hebt gekookt, of anders ¼ liter bouillon of water. Voeg een blikje tomatenpuree toe, plus nog wat water om de laatste restjes puree uit het blikje te halen. Roerbak weer een minuutje of zo op hoog vuur. Draai het vuur dan weer laag, doe een deksel op de wok en laat het geheel nog een minuut of tien sudderen.


woensdag 16 februari 2011

Selderij-pompoensoep


Pompoen is zo'n veelzijdige groente, de hele herfst en winter door verkrijgbaar en ook nog goedkoop, dat ik bijna altijd wel zo'n oranje bol in huis heb. Ze zijn ook zo mooi. Ik vind het moeilijk om de verleiding te weerstaan.

Laatst had ik ook nog een aangebroken bos bleekselderij in de koelkast liggen en vond dat ik daar toch eens iets mee moest doen. Nog een aantal ingrediënten erbij gegraaid - en ziedaar, in een handomdraai, een grote pan soep waarvan ik, eerlijk gezegd, het grootste deel heb ingevroren. Hij is geheel vetvrij en kan desgewenst zonder zout of gluten gemaakt worden (neem dan b.v. rijst in plaats van penne). Hij vult goed en smaakt niet bepaald naar 'dieet'!



U hebt nodig:

  • 2 laurierbladeren
  • 2 kruidnagels
  • 4 tenen knoflook
  • duimpje verse gember
  • 6 stengels bleekselderij
  • 1 kleine winterwortel of grote waspeen
  • 1 venkelknol
  • 2-3 aardappelen, kruimig
  • 1 middelgrote pompoen
  • 1 pakje (150 g) Sprouty (gemengde bonen met kiem) of andere bonen (gaar)
  • 3 handjes volkoren penne
  • (facultatief) zout en peper naar smaak
  • handje (geroosterd) amandelschaafsel
  • geraspte kaas, Zwitserse strooikaas of chapons.

Voor de chapons:
  • Dunne sneetjes (oud) brood
  • 1 teen knoflook, gepeld
  • paar eetlepels geraspte kaas, b.v. Parmezaanse of Peccorino.

Laurier, kruidnagels, geraspte of in kleine stukjes gesneden gember en dito knoflook opzetten met 2 l water en een klein beetje zout. (Ik doe de laurierblaadjes en kruidnagels in een papieren theefilter – te koop in de betere thee- en koffiewinkels, ook in sommige supermarkten; een koffiefilter kan ook). 

Borstel de pompoen goed schoon en zet hem in de week in heet water. Selderijstengels wassen (met de afwasborstel onder de kraan) en in stukjes snijden, aan kokende water toevoegen, en vervolgens de andere groenten en aardappelen, allemaal geschild en/of gewassen en in kleine stukjes. Daarna de sprouty. Als u geen sprouty (natuurwinkels) kunt krijgen, neem dan een half blik (400 g) uitgelekte andere bonen – of, beter, gebruik gedroogde bonen die u zelf heeft gekookt. Sprouty heeft een kooktijd van 15 – 20 minuten, al naar gelang de door u gewenste zachtheid. Gekookte bonen kunt u op het laatste moment toevoegen.

Voeg als laatste groente de pompoen toe: halveren, pitten en ‘baard’ verwijderen (een ijslepel kan hierbij handig zijn), in kleine stukken snijden (en eventueel schillen; bij een biologische pompoen hoeft dat niet, bij een ‘butternut’ of ‘flespompoen’ wel).

Als allerlaatste de penne (of andere pasta; of rijst) in de pan strooien en het geheel nog zo’n 10 minuten laten koken (volg aanwijzingen op het pak).

Breng op smaak met peper en zout (als u en uw tafelgasten niet natriumarm hoeven te eten). Serveer met (desgewenst) geraspte kaas en in een droge koekenpan geroosterd amandelschaafsel (blijf er bij! Haal ze van het vuur en uit de pan zodra de amandelen beginnen te kleuren). Zet zout, peper en geraspte kaas op tafel, zodat iedereen het voor zich op smaak kan afmaken.

In plaats van geraspte kaas kunt u er ook ‘chapons’ bij serveren: smeer (oudbakken) boterhammetjes aan weerszijden in met knoflook, doe er geraspte kaas op en zet het geheel even onder de gril of in de oven; snijd de geroosterde boterhammetjes diagonaal door. Laat de kaas achterwege in een natriumarm dieet.

zaterdag 24 juli 2010

Witlof 'en papillote', met ham of rookvlees en parmezaanse kaas, en opperdoezers

Afbeelding van www.groentenfruitbureau.nl
Ik associeer witlof - of witloof, zoals onze zuiderburen zeggen - altijd met winter en volgens Wikipedia was dat vroeger ook zo. Maar tegenwoordig wordt witlof het hele jaar door gekweekt. Dus vooruit... dan maar middenin de zomer.

De aanleiding was eigenlijk, dat ik nog zulke lekkere opperdoezers had liggen (de lekkerste aardappelen, als u 't mij vraagt, tenminste in Noord-Holland, zie hieronder) en me afvroeg: wat zou daar lekker bij smaken? Welaan, witlof!

Het lijkt misschien gek, maar heus: witlof met ham en kaas kan vetarm zijn. Als er je maar geen dikke béchamel overheen gooit met heel veel kaas, en als je maar magere ham neemt. Natriumarm is het in deze vorm natuurlijk niet - maar de betrokkene had daar zelf geen enkel bezwaar tegen (als je 't mij vraagt, smokkelt hij bij het leven; tja...), al had ik het voor hem iets minder zout gemaakt dan voor de anderen (dwz dat ik ze met ham heb gemaakt, in plaats van één stronkje met ham en één met rookvlees; ook had ik er wat minder parmezaanse kaas op gedaan). Voor wie heel mager moet eten: neem alleen maar rookvlees, geen ham. (Maar het wordt er dan wel weer zouter van...)

Het recept is oorspronkelijk een Elle-recept. De Franse Elle gaf - jaren, nee decennia geleden - handige boekjes uit, op het formaat van de receptenkaartjes die in het blad gepubliceerd werden. Vaak heel goede recepten, die ik jaren later nog maak, zij het altijd met kleine aanpassingen.

Voor 5 papillotes (pakjes)
10 stronkjes witlof
10 plakjes rookvlees
10 plakjes magere achterham, of Parmaham (eventueel vet eraf snijden)
Parmezaanse kaas, geraspt
zwarte peper uit de molen
nootmuskaat
5 stukken aluminiumfolie

Snijd de 'voetjes' van de stronkjes af en kook ze, op de stoom, 10-15 minuten, afhankelijk van hoe gaar u groente graag eet. Laat even afkoelen (anders zijn ze niet te hanteren). Voorverwarm intussen de oven op 200 graden.

Leg een strook aluminiumfolie op het werkblad (zodat u er twee stronkjes makkelijk in kunt verpakken en nog ruimte over hebt). Leg daar twee stronkjes witlof op, het ene gewikkeld in 2 plakjes ham, het andere in 2 plakjes rookvlees (of alleen ham, of alleen rookvlees, afhankelijk van smaak en dieet). Strooi daar een klein beetje - twee theelepels is genoeg - geraspte parmezaanse kaas over, draai een paar slagen aan de pepermolen, rasp er wat nootmuskaat over (naar smaak) en klaar. Vouw de papillote dicht (maak bij afwijkende inhoud een 'staartje' of iets dergelijks aan de folie om de papillote te herkennen). Herhaal dit bij de andere vier. Leg ze allemaal in een ovenschaal.

Plaats de schaal in de voorverwarmde oven, en gaar de witlof in 25 tot 30 minuten (hier geldt weer: hoe zachter u de groente wilt, des te langer laat u hem staan). Door deze manier van bereiden gaart het witlof in een smakelijk soort 'jus'.

Serveer zonder de aluminiumfolie, desgewenst met aardappeltjes zoals hieronder.

Foto: Power to the Pieper

Gebakken of geroosterde aardappelen (opperdoezer ronde)


Zoals ik al schreef, had ik een pondje lekkere opperdoezers liggen. De opperdoezer wordt - wil hij zo mogen heten - gekweekt binnen een straal van 1 km van de kerk van het Westfriese dorp Opperdoes, zo schrijft kweker Hero Stam op zijn Website Power to the Pieper, met als ondertitel 'De Opperdoezer Ronde Toko'. Want, inderdaad, de opperdoezer is rond. De geschiedenis van deze bijzondere - en bijzonder smakelijke - pieper en nog veel meer details vindt u op die website, waar ook recepten staan.

Zelf had ik, behalve die piepers, ook nog heel wat salie op het balkon en zo mogelijk nog meer origano, die nodig geoogst moest worden, en een klein beetje thijm. Dat werden dus de ingrediënten.

voor 3-4 personen
1 pond schoongeboende, niet geschilde opperdoezers
3 takjes origano
3 takjes thijm
1 blaadje salie
1 blaadje laurier
olijfolie

Kook de aardappelen op de stoom 20 minuten, vooral niet langer.
Laat ze even afkoelen om ze te kunnen hanteren. Doe intussen zo'n 2 eetlepels olijfolie en de kruiden in een grote koekenpan of wok (met dikke aanbaklaag) en laat op zacht vuur warm worden.
Schil de aardappelen (dat gaat nu heel makkelijk) en snijd ze in dobbelstenen. Laat ze zo'n 20-25 minuten bakken onder geregeld omroeren, doe desnoods aan het eind het vuur wat omhoog.

Minder vet hebt u nodig als u de piepers roostert, of grilt, of in de oven braadt - u kunt ze, als uw over groot genoeg is, rustig naast of boven de witlof plaatsen. Doe daarvoor een klein beetje - 1 eetlepel is meer dan genoeg - in een klein kommetje en kwast de stukjes aardappel daarmee in. De kruiden kunt u hier overheen strooien (laat in dit geval de laurier achterwege, dat droogt in de oven of onder de gril alleen maar uit). In 20-25 minuten kunnen ze in de oven al een mooi kleurtje krijgen; onder de gril gaat het meestal sneller, houd in dat geval de piepers goed in de gaten.

 Ik beken dat we alledrie hebben zitten smullen (J en J hebben nog over voor morgen). Als toetje had ik flensjes gemaakt (ook voor volgens beproefd Elle-recept: 125 g bloem voor 2 eieren en 250 ml - magere - melk; de koekenpannetjes vet ik in met een kwast om zo het vetgehalte te beperken), met Heidi Swansons bessensaus (zie blog van 24 juli).

vrijdag 23 juli 2010

Zomertoetjes: aardbeiensmoothie, bessensiroop, fontainebleau

From Japie's Kookboek
Een van de vorige keren had ik toetjes beloofd. Hier komen er een paar, om van het zomerfruit te genieten. Eerst een heel makkelijke.

Aardbeiensmoothie (kan ook met ander zacht fruit, zelfs met peer)
Voor een groot glas van 300 ml:
- ½ glas schoongemaakte aardbeien
- ½ glas kwark of yoghurt (b.v. van de Weerribben)
- 1 theelepel kaneel
- ½ theelepel geraspte verse gember

Meng alle ingrediënten in de blender. Plaats eventueel nog even in de koelkast alvorens te serveren.

Bessensiroop
Dit is een recept van Heidi Swanson (101cookbooks), die het weer uit een oud nummer van Gourmet Magazine had. We hebben er allebei wat aan geknutseld. Om te beginnen maakt zij dit recept met bramen en dat lijkt me heerlijk – maar in Nederland zijn er in juli nog nauwelijks bramen (behalve in piepkleine doosjes  bij de groenteboer of in de supermarkt). Aalbessen daarentegen zijn er te over en dat leek me een goed alternatief. Ten tweede pept Heidi de saus op met 4 (!) pepers en dat leek me teveel van het goede, zeker voor wie een dieet volgt. Ik heb de pepers vervangen door geraspte verse gember. Maar het staat u natuurlijk vrij te experimenteren met een pepertje, of een snuifje chilipoeder, of gewoon een paar slagen van de pepermolen.

Aalbessen zijn er te kust en te keur
From Japie's Kookboek
250 ml water
170 g bruine suiker
200 g (riet)suike
1 stukje gember van 2 ½ - 3 cm, geraspt
2 doosjes van ieder zo’n 200 gram aalbessen

Breng het water met de suiker en de geraspte gember aan de kook en laat koken tot het ingekookt is tot ongeveer de helft. Geregeld roeren – en opletten dat het niet te hard kookt, anders gaat het er geheid overheen.

Maak intussen de bessen schoon. Zorg dat alle steeltjes verwijderd zijn.

Laat de siroop, als hij de juiste dikte heeft, iets afkoelen. Giet hem in een hoge kom. Voeg de bessen toe. Pureer het geheel voorzichtig met de staafmixer, op de laagste snelheid. Wrijf de siroop dan door een fijne zeef, zodat de pitjes en velletjes achterblijven. Bewaar de siroop in een pot of in potjes. De siroop is zo dik dat je er ook druppels of lijntjes mee kunt ‘tekenen’, als versiering. Hij is erg lekker op pannekoekjes (zowel crêpes als pancakes) of over/door yoghurt of kwark, of over een fontainebleau.

Fontainebleau 
(een dag van tevoren bereiden)
Fontainebleau is een luxe, luchtige vorm van hangop. U hebt hiervoor kaasdoek of een heel dunne (linnen) theedoek nodig, en een zeef of vergiet. Dit recept is een variatie op dat van Patricia Wells, wier boek in de Nederlandse vertaling, Parijs voor smullers, bij Gottmer verscheen in 1984 (Ja, ik heb het zelf vertaald, met Lambiek Berends; eerlijk is vals...). Het origineel, The Food Lover’s Guide to Paris, beleeft nog steeds herdruk na herdruk.

¾ liter magere kwark (bijvoorbeeld van de Weerribben, die ‘smaakt’ niet mager; u kunt ook magere Griekse yoghurt of Danone Activia yoghurt gebruiken; de Griekse yoghurt is wat compacter, daar hebt u wat minder van nodig - 500 ml zou ik nemen - terwijl de Danone juist wat vloeibaarder is en daarom hebt u er wat meer nodig, 1 liter lijkt me goed).

150 g suiker of hetzelfde volume aan zoetstof
rasp van 1 citroen
½ theelepel vanille-extract
1 theelepel kaneel
3 eiwitten (gooi de eidooiers niet weg – die kunt u gebruiken voor crème caramel, flan, mousse of gebak of zelfs – op kamertemperatuur – voor eigengemaakte mayonaise).

Eigenlijk hoort er ook nog slagroom door, maar die hebben we hier maar weggelaten… Klop de kaneel door een beetje kwark, zo dat er geen klontjes ontstaan. Voeg dan de rest van de kwark toe en roer de helft van de suiker, de vanille en de citroenrasp erdoor. Klop de eiwitten stijf terwijl u beetje bij beetje het restant van de suiker toevoegt. De eiwitten moeten zo stijf zijn dat je de kom bijna op z’n kop kunt zetten zonder dat ze eruit vallen.

Spatel voorzichtig de eiwitten door de kwark en schenk het mengsel in de met kaasdoek, gaas of een zeer dunne, linnen theedoek beklede zeef, die u op een kom plaatst om het vocht op te vangen. Zet het mengsel in de koelkast en laat het 24 uur staan. Af en toe de kom leeggooien, zodat de zeef niet in het vocht hangt.

Keer na 24 uur de fontainebleau voorzichtig om op een bord. Haal even voorzichtig de kaas- of theedoek eraf. Er moet nu een mooie halve bol op het bord staan. Garneer met frambozen, aardbeien, of rode bessen – en giet wat van de bessensiroop erover. Met een nat mes zou je hiervan in principe mooie porties kunnen snijden – maar bij mij worden dat meestal hoopjes. Dat geeft niet, het is toch mooi en vooral lekker.