Follow me...

maandag 1 oktober 2012

Dessert: clafoutis met peer en/of appel

Dit is een lekkere winterclafoutis, een zoete ‘ovenomelet’, noem ik het altijd maar, een heerlijk dessert na een (lichte) maaltijd, of als zoetigheid bij een kopje thee of koffie.

Voor 2-3 personen (pas de hoeveelheden zo nodig aan):
1 kop (250 ml) in blokjes gesneden seizoensfruit: peer, appel of een mengsel van beide (sinaasappel, mandarijn of grapefruit zou – denk ik – ook kunnen, al heb ik dat nooit geprobeerd, net zo min als banaan)
40 g bloem (of maizena; dit is een must als het glutenvrij moet zijn)
50 g (witte, bruine of basterd) suiker (of zoetstof)
snuifje zout (facultatief)
1/8 liter melk of sojamelk
2 eieren, losgeklopt
een klontje (15 g) gesmolten boter
boter/spray om de ovenschaal (van glas of aardewerk) in te vetten
een handje krenten, rozijnen of in stukjes geknipte abrikozen
facultatief: een handje amandelschaafsel

Zeef de bloem met de suiker en het zout boven een grote mengkom. Voeg de eieren een voor een toe, al kloppend, en vervolgens de melk, scheutje voor scheutje, tot u een klontervrij, pannenkoek-achtig beslag hebt. Meng het gesneden fruit met de krenten, rozijnen of abrikozen met het beslag en giet het mengsel over in de ingevette ovenschaal (neem niet een te platte schaal; het beslag rijst een beetje). Strooi daar het amandelschaafsel over. Plaats in de voorverwarmde oven (180-200°, afhankelijk van de oven) en laat drie kwartier tot een uur bakken (ook dit hangt heel erg van de oven af). Zet de schaal het laatste kwartier desnoods wat hoger in de oven – of voer de temperatuur iets op, zodat het mooi kleurt. De clafoutis is gaar als een spies (of breinaald) er droog uit komt. Laat even afkoelen – lauwwarm of op kamertemperatuur is dit het lekkerst.