Follow me...

zondag 27 juli 2014

Makreel in witte wijn



Sommige kookboeken gebruik je een leven lang. De kookboekjes van het (Franse) weekblad Elle horen in die categorie thuis. Oorspronkelijk verschenen de recepten in het blad, als uitneembare kaarten die je in een kaartenbak kon plaatsen. Laten kwamen ze allemaal uit in pocketvorm en vooral de meer klassieke recepten gebruik ik nog altijd. Laatst kwam ik bij waarschijnlijk de beste visboer van de stad verse makreel tegen. Onmiddellijk had ik visioenen van makreel in witte wijn, en jawel hoor. Alle recepten op internet ten spijt, greep ik toch weer terug naar een van die vertrouwde boekjes, Poissons et crustacés. Het recept is simpel, gemakkelijk te volgen en het resultaat is verrukkelijk. Makreel is een vrij vette vis en bevat dus gezonde vetten, als u die kunt verteren. Hij wordt in dit recept wel helemaal zonder vet bereid, dus het enige vet in het gerecht is dat van de vis zelf. Voor wie daar nog aan mocht twijfelen: de alcohol is er allang uit tegen dat de vis uit de oven komt, dus u hebt niets te vrezen… Er zijn halve of zelfs kwart flesjes wijn te koop, voor wie de rest van de fles niet opdrinkt en geen wijndrinkers onder zijn tafelgenoten heeft.

Omdat makreel in witte wijn meestal als koud voorgerecht gegeten wordt (hoewel sommigen het als warm hoofdgerecht eten, met een groene salade en gestoomde aardappelen, pommes vapeur), maak ik het bij voorkeur de avond tevoren.

Voor 2 of 4 (afhankelijk van de grootte van maag en maaltijd):
  • 2 mooie makreelfilets, met vel en al
  • ¼ l droge witte wijn
  • 2 (bos-)wortels (of meer, als ze erg klein zijn), in dunne plakjes
  • 1/2 citroen, in plakken (of meer, desgewenst)
  • (facultatief) ½ ui, in ringen die u uit elkaar haalt, of 4 lenteuitjes (wit en lichtgroen), in ringetjes
  • 4 blaadjes laurier
  • 4-5 takjes tijm, wat takjes peterselie, samengebonden
  • handje (zwarte) peperkorrels
  • 2 kruidnagels
  • Peterselie ter garnering
  • Eventueel wat zout
  • Materiaal: oven – ovenschaal – aluminiumfolie.

Leg de makreel, met de velkant boven, in een ovenschaal, met de wortels, citroen, (lente-)ui, laurier, tijm, peterselie, peper en kruidnagels. Overgiet met de witte wijn tot alles onder staat. Dek de schaal goed af met aluminiumfolie. Laat het gerecht marineren terwijl u de oven op temperatuur (180°) laat komen. Plaats de schaal in de onderste helft van de oven en laat de vis in 20-30 minuten garen (dat ligt aan de grootte van de filets, maar vooral aan de oven). De vis is gaar als u geen weerstand ontmoet wanneer u met een spies of vork in de vis prikt. Maar het visvlees moet ook niet uit elkaar vallen. Makreel is vrij stevig en mag dat blijven. Zelf vind ik dat dit gerecht geen zout nodig heeft, maar mocht u daaraan twijfelen: proef als het uit de oven komt en voeg zo nodig een klein beetje zout toe.

Laat het gerecht afkoelen (bijvoorbeeld in de koelkast, maar kamertemperatuur is ook goed). Leg de makreelfilets op de borden, overgoten met wat vocht en wat worteltjes (en desgewenst wat uiringen) en gegarneerd met fijngeknipte (platte) peterselie. Geef er stokbrood of boerenbrood bij.

Het is een vrij voedzaam voorgerecht, zeker voor twee, dus met een groene salade (desgewenst met gepofte aardappels of in koekenpan of oven gebakken aardappeltjes, goed droog gedept met keukenpapier om het meeste vet weer te verwijderen) en wat kaas toe heeft u misschien al genoeg.